De tegenpartij in het strafprocess
Het Openbaar Ministerie is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde
en met andere bij de wet vastgestelde taken waarvan de opsporing en vervolging van strafbare
feiten een deel uitmaakt. De politie is onder andere belast met de opsporing van strafbare
feiten en zij valt onder de verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie.
De officier van justitie is in dienst van het Openbaar Ministerie en de officier van
justitie beslist of een kind of volwassene, die verdacht wordt van het plegen van een
strafbaar feit, zal worden vervolgd. Zodra het Openbaar Ministerie een strafrechter in
de strafzaak betrekt is de vervolging tegen die verdachte begonnen.
De officier van justitie kan vervolgens bepalen dat:
- een kind of volwassene die verdacht wordt van het plegen van een strafbaar feit
niet verder wordt vervolgd. In een dergelijk gevalt wordt de zaak dan geseponeerd;
- een kind of volwassene die verdacht wordt van het plegen van een strafbaar feit
een geldbedrag aan het Openbaar Ministerie of aan het slachtoffer zal moeten betalen of
dat men een taakstraf zal moeten vervullen. Indien degene die verdacht wordt van het
strafbare feit de geldsom binnen een vastgestelde termijn betaald of de taakstraf binnen
de vastgestelde termijn heeft uitgevoerd, dan heeft dat tot gevolg dat de verdachte niet
meer voor de strafrechter hoeft te verschijnen. Deze wijze van afdoening wordt transactie genoemd;
- indien de zaak niet geseponeerd wordt en de officier van justitie ook geen transactieaanbod
wil doen, de verdachte dan toch wordt vervolgd en de gang naar de strafrechter zal worden ingezet.
De verdachte wordt dan gedagvaard op welke dagvaarding de ten laste gelegde feiten zullen worden
vermeld en de datum en het tijdstip dat de verdachte bij de strafrechter dient te verschijnen.
In de loop van 2007 zal de officier van justitie nog een bevoegdheid krijgen. Na de inwerkingtreding
van de wet OM-afdoening krijgt het Openbaar Ministerie de bevoegdheid om zelf, zonder tussenkomst
van de rechter, maatregelen en straffen op te leggen. De officier van justitie zal dan een
strafbeschikking geven. De officier van justitie mag dit alleen geven voor overtredingen of
misdrijven waarop niet meer dan zes jaar gevangenisstraf staat. In zo'n geval kan de officier van
justitie besluiten om een geldboete op te leggen of een taakstraf op te leggen met de restrictie dat
die taakstraf niet meer dan 180 uur mag bedragen.
Daarnaast beschikt de officier van justitie nog over de bevoegdheid om zaken in beslag te nemen en
kan de verplichting worden opgelegd om een geldbedrag aan de Staat te betalen welk bedrag aan het
slachtoffer zal worden doorbetaald. Ook kan de officier van justitie de rijbevoegdheid ontzeggen
voor de duur van ten hoogste zes maanden.